Het goud zit van binnen

Er gaat een verhaal over een groot boeddhabeeld ergens in Azië.
Het beeld was enorm en loodzwaar en moest worden verplaatst. Tijdens het transport ontstond er een scheur in het pleisterwerk waarmee het beeld bedekt was. Een van de monniken zag iets glinsteren.
Goud.
Bij nader onderzoek bleek onder de dikke laag pleisterwerk een massief gouden beeld verborgen te zijn. Het was ooit bedekt om het te beschermen tegen diefstal.
Het goud was er al die tijd geweest.
Alleen kon niemand het zien.
Ik moet vaak aan dit verhaal denken als ik nadenk over schaamte.
Want misschien doen wij iets soortgelijks.
We trekken beschermlagen om ons heen wanneer iets aan ons kwetsbaar voelt. We leren sterk te zijn, ons aan te passen, alles onder controle te houden of vooral niet te veel van onszelf te laten zien.
Die bescherming heeft vaak ooit een reden gehad.
Maar wat als we daarmee niet alleen onze kwetsbaarheid beschermen, maar ook ons goud verbergen?
Want juist in datgene wat we zo graag afschermen, zit vaak iets wezenlijks van onszelf.
Daar zit gevoel.
Menselijkheid.
Zachtheid.
Maar ook kracht, diepgang en wijsheid.
We zijn soms bang dat anderen onze onzekerheid, gevoeligheid of imperfectie zullen zien. Terwijl juist wanneer we iets daarvan durven laten zien, we vaak rijker worden als mens. Echt contact ontstaat niet tussen perfecte mensen, maar daar waar iets echts zichtbaar mag worden.
Het harnas
Stel je voor dat je een harnas draagt.
Het beschermt je uitstekend tegen afwijzing, kritiek, teleurstelling en schaamte.
Misschien heeft het je zelfs geholpen om heel ver te komen.
Maar niemand kan zien wie eronder zit.
En misschien zie jij het zelf ook steeds minder goed. En voel je je om onduidelijke redenen eenzaam.
Dat is het vreemde aan bescherming: wat ooit bedoeld was om iets kwetsbaars veilig te houden, kan uiteindelijk ook verhinderen dat juist dát deel van jou tot bloei komt.
Schaamte zegt vaak:
Laat dit maar niet zien.
Maar misschien wijst schaamte juist naar een plek die gezien wil worden, om verbinding te kunnen voelen.
Niet alles hoeft meteen open.
Je kunt beginnen met een klein scheurtje.
Iets waar je je een beetje voor schaamt. Iets wat je spannend vindt om toe te geven. Iets waarvan je normaal denkt: dit kunnen ze maar beter niet van mij weten.
En misschien kun je het vandaag, heel voorzichtig, toch laten zien.
Aan iemand die je vertrouwt.
Niet om jezelf bloot te geven, maar om te ontdekken wat er gebeurt wanneer je jezelf iets minder verstopt.
Misschien voel je spanning.
En misschien daarna ook ruimte.
Opluchting.
Verbondenheid.
Daar zit je goud
Het goud in het verhaal hoefde niet gemaakt te worden.
Het hoefde niet beter te worden.
Het was er al.
En misschien geldt dat ook voor jou.
Onder al die beschermlagen zit niet een perfecte versie van jezelf.
Daar zit jij.
Met alles wat je voelt.
Met je kwetsbaarheid, je zachtheid, je kracht, je verlangens en je menselijkheid.
Misschien is dat precies wat we in ons leven steeds opnieuw mogen leren:
dat we niet pas waardevol worden wanneer we sterk genoeg, succesvol genoeg of zeker genoeg zijn.
We worden vrijer wanneer we durven verschijnen zoals we werkelijk zijn.
Wanneer het pleisterwerk langzaam dunner wordt.
Wanneer er een klein scheurtje ontstaat.
En het licht dat daaronder al die tijd zat, zichtbaar wordt.
Want misschien is kwetsbaarheid helemaal niet het tegenovergestelde van kracht.
Misschien is het juist de plek waar je kracht haar diepte krijgt.
Daar zit je gevoel.
Daar zit je menselijkheid.
Daar zit je wijsheid.
Daar zit je goud.
En misschien kom je pas echt tot bloei...
wanneer je het durft te laten zien.
Het goud zat er al die tijd al.
Blijf nieuwsgierig,
Simone




Opmerkingen